Home
 

Svens Blog

Als voorzitter van de organisatie van SVENS Challenge heb ik (Lennart Stekelenburg) Sven gevraagd om een blog te schrijven over de manier waarop hij de afgelopen 2 jaar heeft meegemaakt. Al met al een zware opgave voor Sven en zijn familie. Samen met zijn moeder heeft Sven onderstaand verhaal geschreven:

Sven (2 maanden voor zijn laatste behandeling):

Halverwege 2005 ben ik begonnen met zwemmen bij ZPC Numansdorp. Eigenlijk wilde ik niet, maar ik ben uiteindelijk toch gegaan om 1 keertje mee te doen. Ik ben er alleen niet meer weg gegaan, omdat ik t gelijk superleuk vond.
Eigenlijk ging t gelijk al best goed met zwemmen en ik heb ook best veel medailles gewonnen. Eind 2006 / begin 2007 ging t slechter met zwemmen. Ik had eigenlijk verder nergens last van alleen met zwemmen ging t niet meer. 100 meters vond ik ineens heel zwaar en ik moest ook echt soms opgeven tijdens wedstrijden. Af en toe sloeg ik ook een training over, omdat mijn ouders en de huisarts dachten dat alles gewoon veel te vermoeiend voor me was (school, trainen en ik groeide ook heel hard). Toen ik begin april weer tijdens een wedstrijd op moest geven, vonden we het tijd worden om bloed te gaan prikken. Ik at slecht, voelde me niet lekker en zag er soms, volgens mijn vader en moeder, heel slecht uit. Misschien had ik wel ziekte van Pfeiffer.
Op donderdagochtend 12 april 2007 ben ik bloed wezen prikken en toen ik ’s middags uit school kwam om kwart over 3 moest ik gelijk naar het Sophia Kinderziekenhuis. De huisarts had gebeld dat mijn bloed helemaal niet goed was. Mijn ouders waren heel verdrietig, waardoor ik toch wel een beetje bang werd. Ik het ziekenhuis kreeg ik gelijk een infuus, er werd nog meer bloed afgenomen en ik moest gelijk blijven. Ze hadden het over Leukemie en eigenlijk wist ik toen niet eens wat dat is, tot 1 van de dokters iets zei over bloedkanker. Daar ben ik heel erg van geschrokken. De volgende dag moest ik gelijk onder narcose voor een beenmergpunctie en een ruggenprik.  Daarna bleek dat ik inderdaad Leukemie heb en dat ze ook wat slechte cellen in mijn hersenvocht hadden gevonden (uitzaaiingen).
Ik heb een week in het ziekenhuis gelegen en daarna mocht ik naar huis. In het begin moest ik om de 2 dagen naar het ziekenhuis voor lange chemokuren, daarna een poosje iedere dag voor een korte kuur en vervolgens om de 2 weken een opname van 3 dagen. Ook moest ik vaak onder narcose voor beenmergpuncties en ruggenprikken (dan spuiten ze via je rug chemo in om de slechte cellen in je hersenvocht te bestrijden). Dat was een hele zware tijd, ik voelde me vaak ziek en heb heel veel gespuugd. Ik was ook erg verdrietig dat dit nou juist mij moest gebeuren, ik vond het zo oneerlijk. Zwemmen ging ook niet meer en dat was toch wel hetgeen wat ik het meest miste. Na het eerste zware half jaar zou een wat minder zwaar half jaar volgen, met wel iedere week veel chemo, maar wel maar 1x per week. Helaas kreeg ik een allergische reactie op 1 van de chemo’s (ik kreeg 3 verschillende soorten) en moest vervolgens 2 x per week een half jaar lang voor lange chemokuren (minstens 3 uur) naar t ziekenhuis. Ook ben ik toen begonnen met het slikken van dexamethason (1 x per 3 weken 5 dagen) een rotmedicijn waar ik me altijd heel ziek, verdrietig en boos door voel. Ik ben door de dexa veel aangekomen en dat vind ik ook heel erg. Gelukkig zitten we nu in de laatste fase van mijn behandeling. Ik hoef nu nog maar 1 x per week naar t ziekenhuis voor een korte kuur. Ik voel me best goed en kan ik weer een hoop, alleen die ‘dexaweken’ blijven niet leuk. Maar het zit er gelukkig bijna op, in April zijn al mijn behandelingen klaar.  Dan begint het ‘gewone leven’ weer.
Het waren 2 verschrikkelijke rotjaren. Ik heb veel verdriet gehad, ben boos geweest,  soms ook bang en ook vaak eenzaam. Het is heel moeilijk uit te leggen hoe ik me soms voel en waarom ik ben veranderd.  Niet iedereen begrijpt dat en dat is best moeilijk. Maar ik weet al vanaf het begin dat het goed komt en het komt ook goed!!!

 

 
Copyrights SVENS Stichting | Webdesign by SMMART